zaterdag 24 oktober 2009

Denkend aan de DRU- Gert Wanders





Van Gert Wanders Dru werknemer van 1963 tot 2003 ontving ik de onderstaande bijdrage in de serie "Denkend aan de DRU"

Herinneringen over een verleden van een
oud-werknemer, 1963-2003, die denkt aan de D.R.U.


Gieterij tijd 1963-1973.

Toen ik in juli 1963 van de toenmalige Technische school kwam
was de keus gauw gemaakt waar ik zou gaan werken.
Bij de D.R.U. was hoogbetrieb en men kon er veel mensen
gebruiken vooral vakmensen.

De D.R.U. stond bekend als een goede werkgever. Het regiem
was streng maar je kon er op kosten van het bedrijf je verder bijscholen.
Dat was een enorm pluspunt want als je van school kwam meende je dat
je de wijsheid in pacht had en bijscholen kon alleen als ´avonds weer naar school ging,
om lasdiploma´s en vervolg cursussen te volgen.


Ik kon in de afdeling. Bedrijfsdienst beginnen als monteur in gieterij 5,
dat was de nieuwe Gieterij welke op 7 juni 1963 door de Prinses Beatrix
bezocht werd.

De bedrijfsdienst omvatte de gehele Technische Dienst die bestond
uit o.a. Schilders,Metselaars.Timmerlieden,Tuinlieden,Portiers,Electies,
Monteurs,Lassers,Smeerdienst en de mensen die voor de energievoorziening
zorgde,kortom alles werd in eigen beheer gemaakt wat het bedrijf nodig had.
De werkplaats van de Bedrijfsdienst was gehuisvest op de plek
waar nu de Bibliotheek is.

Er waren 5 Gieterijen te weten:

Gieterij 1, de oudste gebouw in 1895 op de plek waar in 1754 de Hoogoven
en het Waterrad stonden.

Gieterij 2, De Handvormerij, eerst gevestigd achter de Gietmachines later verhuist
naar Gieterij 1, weer later naar een plek achter Gieterij 5 omdat er een bovenkraan
zat want de modellen voor de Handvormers werden steeds groter, o.a. Finis.

Gieterij 3, de Badkuipmechanisatie uit 1922.

Gieterij 4, de Haardenmechanisatie uit 1948.

Gieterij 5, deze is gebouwd op de plek waar vroeger het z.g. Huis van Beumer stond.

Deze Gieterij werd geopend op 25 februari 1963 door Ir. W. van Lakerveld een hoge pief
bij het Ministerie van Economische
zaken.

Verder had je nog 2 Gietmachines,dat waren gietcarrousels die met het systeem van matrijsgietwerk,dus zonder vormzand, gietwerk maakte.

De Gietmachines warenAmerikaanse machines die hier na de oorlog waren geplaatst in het kader van
het Marshallplan. Deze machines stonden in een hal naast de Koepelovens omdat de
productie zeer hoog was hadden ze veel ijzer nodig en nu was de afstand oven-gieten
kort.

Ook werd er in het kader van het Marshallplan achter de Badkuipgieterij een
z.g. American Wheelabrator geplaatst, dat is een Badkuipstraalmachine.
En natuurlijk de Koepelovens,er waren 3 ovens.

Twee ovens werden om de dag gebruikt.De derde oven stond als reserve
als de oven die in gebruik was stuk ging dan kon de derde oven opgestart worden.
Gelukkig kwam dat zelden voor. Het kwam nog wel eens voor dat er gietstaal werd gegoten,
voor de Handvormers om dat die voor sommige producten een speciale sterkte
moesten hebben. Dat gebeurde ´s avonds na de dag productie.

De Monteursploeg uit de Bedrijfsdienst die belast waren met het onderhoud van
de Gieterijen en aanverwante afdelingen bestond uit 16 personen en een
onderbaas (Hein Epping). Zes monteurs waren verantwoordelijk voor onderhoud
Gieterij 1,Gietmachines, Afbramerij en de Koepelovens. Deze werkzaamheden
werden in dagdienst verricht.

Nog zes monteurs deden het onderhoud voor Gieterij 4,Badkuipgieterij en de Kernmakerij.
Die werkten in een 2 ploegendienst.
De resterende zes personen waren de monteurs voor Gieterij 5.
Waarom voor die Gieterij 6 monteurs?
Deze Gieterij gold in het opening jaar 1963 als de modernste van Europa.

De vorminstallatie, de automatische zandbereiding en de uitschut installatie waren zo
complex dat zes monteurs geen overbodige luxe was.

Elke ploeg bestond uit 3 monteurs en de werktijden werden ook in 2 ploegendienst
verricht.De werktijden van de vroege dienst waren van 5.30 uur tot 14.45 uur,
de late dienst werkte van 14.00 uur tot 23.30 uur.we hadden een ½uur overlappings tijd,
in dat ½ uurtje kon werkoverleg doen.

Als er ´avonds storing in een of andere Gieterij dat werd dat door avondploeg verricht.
Meestal was dat in Gieterij 1, daar was de zandploeg zand aan het verzetten met
de zandslinger. De bijnaam voor de zandslinger was "Zand oel" of te wel zanduil.
doelend op de uil dat ook een nachtdier is.


Eén monteur moest er in de Gieterij blijven om als een storing kwam die direct
te verhelpen, als er eerst een telefoontje naar de werkplaats moest om daar een monteur te
waarschuwen hadden ze te lang stilstand.

Twee monteurs van de morgenploeg van Gieterij 5 maakte in de centrale werkplaats
reserve onderdelen en bereide men al werkzaamheden voor als er ´avonds door de
late dienst grote karweien gedaan moesten worden.

Kleine werken bestonden o.a uit het vervangen van de pakkingen van diverse luchtcilinders,
luchtventielen, afhefbruggen vormmachines,pennenmolen en de zandmixer om alles op te noemen is geen beginnen aan.

Grotere werken bestonden vooral uit het vervangen c.q rep. van zandbunkers en transport
banden, plateauwagens dit is een kleine greep werkzaamheden wat er zoal gedaan werd.

Vooral het vervangen van zandtransportbanden was een pokkelwerk. Omdat de zandbereidings
installatie zo kompact was gebouwd was het meestal handwerk om de lange banden te
verwisselen. Sommige banden waren wel ± 90 meter lang. Soms kon je helpen trekken met de heftruck en met motor van de aandrijfrol. Was de oude band eraf en zat de nieuwe er op
dan moest de band nog aan elkaar gevulkaniseerd worden.
Al met al werd het ´s morgens al licht wanneer je naar huis ging.

Als het ´s zomers erg warm was in de Gieterij ging de verbandmeester de Heer A.Peters
iedereen af om ze een zouttablet te geven verplicht op te eten hij bleef er bij staan tot
je het tabletje door geslikt had. Een ongeschreven wet was er ook als het zeer warm
was mocht er niet met zand naar elkaar gegooid worden, dat schuurde te veel op natte rug.
De collegialiteit was erg goed, dat was ook wel noodzakelijk omdat men elkaar toch
nodig had want alleen kon je bijna niets allen al door de grote en zwaarte van alle onderdelen
en producten.

De periode van ± 1965-1970 was de Gouden Eeuw van de D.R.U.
In gieterij 5 waar de binnenwerken van de gashaarden werden gemaakt was men in drukke
tijden verplicht over te werken,elke dag een uur en zaterdags 5 uur langer te werken.

De werkkleding die in de Gieterij gedragen werd bestond uit:
werkblouse kleur grijs, werkbroek kleur blauw en werkschoenen met stalen neus hoog
model of werklaarsjes ook hoog model dat was omdat anders te gauw zand in schoenen kreeg.
Voor de Gieters bestond het schoeisel uit klompen met een leren kap over de wreef.
Klompen kon je gauw uitschoppen als er bij het gieten spatten gloeiend ijzer in de klomp kwam.
Iedereen droeg zwart ondergoed,als dat niet deed was je witte ondergoed gauw zat zwart.

Toen in de late jaren zestig de kolenmijnen gesloten werden kon je geen zwart ondergoed
krijgen en was je noodgedwongen om over te schakelen om groen leger ondergoed te dragen.
Voor de monteurs gold nog dat je een overall moest dragen over de werkkleding.
Deze overalls waren zo vies dat ze op kosten van het bedrijf in de wasserij gewassen werden.
Als je late dienst had kwam met één overall niet uit, meestal had je er twee tot drie nodig
in een week.

1959-1971 De 12 jaren van directeur Ir. F.A.A. Daamen.

De verslagenheid was zeer groot toen op 29 mei 1971 het bericht kwam dat de Heer
Frank Daamen op zee verdronken zou zijn.

Op 2 juni 1971 hing de Nederlandse vlag halfstok aan de vlaggenmast, die ter ere van hem
voor het Hoofdkantoor was geplaatst, toen hij na de uitvaartdienst in de Petrus en Paulus
kerk zijn laatste gang langs het D.R.U. complex maakte.

Of het overlijden van de directeur Daamen de sluiting van de gieterij heeft versneld is niet
te achterhalen. In die tijd gonsde er wel vele geruchten dat de toenmalige directeur
van Amalga en Etna, de Gieterij in Ulft opofferde ten voordele van de Gieterij van de Etna.

In november 1972 viel er een bom in Ulft.
Na 217 jaar zou de Gieterij in Ulft dicht gaan. Iedereen was met stomheid geslagen, hoe
kon dat nou?

Er volgde een protest mars door Ulft, vele politici kwamen ons een hart onder de riem steken
maar niets hielp Ulft moest dicht. Ik vermoedt dat de Achterhoekse mentaliteit, gauw
berustend, minder bla bla de doorslag hebben gegeven bij de directie om de Ulftse Gieterij
maar te sluiten in plaats van de Etna.

De D.R.U. was met zijn Gieterijen in technisch opzicht altijd al ver vooruit.
In 1969 werd er al een elektrische Voorhaard geplaatst. Deze voorziening was een enorme
verbetering ten opzichte van de kwaliteit van het gietwerk. De temperatuur van het gietijzer
schommelde niet meer, men kon het ijzer tot op een graad nauwkeurig houden. Men kon
´s morgens direct beginnen met het gieten, want er hoefde geen ijzer te worden weggegoten
omdat het eerste ijzer nog niet op temperatuur was.

Ook de afvoer van de gegoten producten gingen via een hangbaan, die door alle Gieterijen
liep, naar de Afbramerij. Geen mensen meer nodig voor transport. Wel jammer want de
drie electrokarren (nostalgie) die voor het transport zorgde werden terug gebracht naar één.
Ook werden er al proeven gedaan om de brandstof (cokes) die o.a. ook nodig is om ijzer te
smelten in de Koepeloven, te vervangen door aardgas in de oven te injecteren.
Dat lukte al aardig, men had de techniek al zover dat de verhouding 40% (cokes)-60%(gas)was. Zonder cokes kon het niet, want men moest ook ovenvulling hebben. Gieterij 5 was ondanks
dat deze al 9 jaren oud was toch nog zeer modern door tussentijdse aanpassingen.

Al met al was het ongeloof groot dat juist de Gieterij in Ulft dicht moest. Sluiting van de
Etna Gieterij in Breda lag volgens het personeel in Ulft meer voor de hand.

Dat de Achterhoekse mentaliteit in het personeel verankerd zit blijkt wel uit het feit dat toen
het ongeloof, woede en teleurstelling verdwenen waren er loyaal werd meegewerkt om de sluiting en de daarmee gepaarde reorganisatie tot een goed einde te brengen.
Alle gietijzeren modellen , met uitzondering van de D.R.U. Braadpannen, die werden verkocht
naar Roemenië, die nog op de modellenzolder stonden werden omgesmolten in de Koepeloven.

Op vrijdag 29 juni 1973 is de Koepeloven voor het laatst gedoofd.

Die week erop is er nog 3 dagen doorgegoten omdat de elektrische voorhaard nog vol zat met
gietijzer. De laatste producten zijn in Gieterij 4 gegoten.
Het waren de voeten van de gashaard Stellare.

In de vakantie, die toen volgde begon al de ontmanteling. Zo gingen de vormmachines van
Gieterij 5 naar de Lovink te Terborg.De zandbereiding is in zijn geheel gesloopt en in de
Langerakse gieterij weer opgebouwd.
De draaicarrousels van Gieterij 4 zijn naar een boer uit Azewijn gegaan die heeft ze gebruikt
als melkcarrousels.

Al het vormzand uit de Gieterijen zijn in de kelders gestort. Deze kelders zijn 2-2½ mtr.diep
en z´on 3 mtr.breed. In deze kelders liepen grote transport banden die er voor zorgde
dat het oude vormzand weer terug ging naar de oudzandbumkers vanwaar het weer werd
gebruikt om nieuw vormzand van te maken. Dat gebeurde in grote mixers.

Daar werd oudzand, nieuwzand, steenkoolpoeder en betonniet (bindmiddel)gemengd met
water om een homogene zandmassa te krijgen.
Deze kelders bevinden zich nog in voormalige Giethallen nu S.S.P.hal.

Het schoonmaken van de enorme hallen was een natte bedoening. Met de grote stralen van de
Bedrijfsbrandweer hebben we dagen lang het plafond, de stalen constructie, muren en de vloeren schoongespoten.


Nadat de installatie´s gesloopt waren ontstond er een enorme hal die geschikt gemaakt moest worden voor de nieuwe poot van D.R.U. de Roestvaststalen afd. voor Melkkoeltanks.

De eerste melkkoeltank is in de werkplaats van de Bedrijfsdienst gemaakt door
Johan Michelus.
In december 1973 is besloten dat D.R.U. definitief Melkkoeltanks en aan verwante roest-
vaste producten ging maken.
De melkkoeltanks varieerde in grote van 1000 ltr. tot 10.000 ltr. later werden er ook
Bierkoeltanks gemaakt, die in grote varieerde van 250 ltr. tot 1000 ltr.

Daarmee is er voor mij een periode van 10 jaar Gieterij afgesloten, waarbij ik op fijne tijd terug kijk en vol goede moed op ging naar de volgende 30 jaar bij D.R.U.

In de Gieterij tijdperk gold de slogan:

Houdt de vuren hoog.


Daarna werd het:


Houdt de melk koel.


en nu is het:



De D.R.U. vlamt.





Gert Wanders, werknemer D.R.U. van 1963 tot 2003.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen