maandag 11 januari 2010

Denkend aan de DRU- Anton Eich




Arnold Eich denkt met weemoed terug aan de dertiger jaren van de vorige eeuw toen hij vaak met vader Anton zondag naar de Dru ging. Want op de plek waar nu de bibliotheek is was toen de stamperij. Hij kan zich de gloeioven nog goed voor de geest halen die ook op zondag moest branden. Diks uit Gaanderen die enorm stotterde moest dit klusje op Zondag klaren.


Afgelopen vrijdag was ik op de koudste dag sinds tijden op bezoek bij Arnold Eich om te praten over zijn vader Anton Eich.

Anton Eich is de grondlegger van de stamperij.In november 1920 kwam Anton Eich op de DRU nadat hij een advertentie had gelezen over Dru plaatwerk.

Anton geboren op 8 december 1890 in Ahlen (Duitsland) had toen al een leven vol omzwervingen achter de rug. Op de maalstroom van de onstuimige geschiedenis van Duitsland begin vorige eeuw was hij uiteindelijk in Amsterdam terecht gekomen bij een bedrijf op de Cruquiusweg in Amsterdam.

Van daaruit kwam Anton op 19 november 1920 op de Dru in Ulft. De DRU directie bestaande uit Frans Deurvorst en Johan Sassen gaven Eich carte blanche om een stamperij op te zetten.

Na eerst een tijdje op de Gendringseweg te hebben gewoond kwam het gezin Eich uiteindelijk terecht in de Van Nispenstraat in Ulft.

Wat Arnold van zijn jeugd en vader Anton vooral is bijgebleven is gek genoeg niet de DRU maar vooral de reizen naar Silezië (toen onderdeel van Duitsland nu Polen) waar Arnold met zijn ouders heen ging om naar zijn Duitse oma te gaan. Die reis ging dan van Empel/Rees via Oberhausen richting Berlijn (Spandau) waar ze eerst een week bij een vriendin van hun moeder logeerde. Daarna vertrokken ze verder richting Silezië.


De stamperij van Anton Eich groeide ondertussen hard en eind jaren 30 werkte in de stamperij ongeveer 100 man.

De stamperij van Anton Eich in 1937

Tijdens de Duitse bezetting moest de stamperij van Anton Eich giet en plaatwerk blijven maken voor de keukenfornuizen van Küppersbusch uit Gelsenkirchen.


Na de oorlog was aan alles gebrek dus ook aan ijzer. Het ijzer was zelfs op de bon
Maar toch kwam na een tijdje de productie weer gestaag op gang.

Op 1 maart 1947 ging Anton Eich voor zichzelf beginnen, Hij was dit al veel eerder van plan maar wederom gooide de geschiedenis roet in het eten omdat de Tweede Wereldoorlog uitbrak.

Na het overlijden van Anton (die nooit ziek was maar op de ochtend van 16 maart 1951 dood in bed lag hebben zijn beide zoons de zaak De Eik) voortgezet.

2 opmerkingen:

  1. De Eik was een paar honderd meter verder in de Deken Nijkamp straat

    BeantwoordenVerwijderen