vrijdag 5 maart 2010

DORIS KIRSCHNER-HAMER

SCHILDERIJEN/ OBJECTEN

8 februari tot 14 maart

GALERIE BIJ DE BOEKEN Drufabriek Ulft

d5cd766577

GEËNGAGEERDE KUNST

Het werk van Doris Kirschner-Hamer kan niet los gezien worden van haar jeugdervaringen. Als naoorlogs kind groeit zij op in een Duits mijnwerkersgezin. Haar jeugd werd vooral gekleurd door een gebeurtenis tijdens de tweede wereldoorlog. Haar moeder kwam het verlies van haar broer – die tijdens de oorlog gesneuveld was- niet te boven. De pijn daaruit voortvloeiend bepaalde de huiselijke sfeer zonder dat er exact daarop in gegaan werd. Dat bezorgde haar een eenzaam gevoel. Naast de dood van haar oom werd zij als twaalf jarig meisje bovendien geconfronteerd met het verlies van haar vader. Het kreeg er alle schijn van dat het leven van Doris alleen bestond uit deprimerende gebeurtenissen. Gebeurtenissen die met dood, verdriet en angst te maken hadden. Als nakomeling ging zij beseffen, dat zij haar veel oudere zussen ook in de toekomst zou verliezen. Het hebben van zussen associeerde zij eveneens met dood en verlies. Dat alles maakte dat voor haar het leven een kostbaar en angstig bezit was. Vanuit dat gevoel ging zij zich uiterst verantwoordelijk voelen voor het welzijn van mensen. In die zin mag haar studie sociaalpedagogiek niet zo verwonderlijk zijn. Zij volgde de richting esthetiek. Het leven is voor haar een creatief proces. Voor alles een proces van bevrijding, van loskomen, leren omgaan met de dood. De voorwaarde voor creativiteit is, dat men zich volledig kan overgeven. Dat je in onbevangenheid het creatieve avontuur aan gaat. Zij wil niet de dood ontlopen maar er juist op een creatieve wijze mee omgaan. Zij weet wat lijden betekent. Die ervaring zorgt bij haar voor een vurige gedrevenheid. Ze wil zich inzetten om de mens te bevrijden van het deprimerende gevoel van verliezer te zijn. In haar werk is ze de strijder tegen geweld en onrecht. Zij is een felle tegenstandster van oorlog. Kritisch staat zij tegenover onrecht. Dat maakt haar boven alles tot een geëngageerd kunstenaar.

Het werk van Doris ontstaat spontaan. Er is geen sprake van een voorbedacht plan. Ook staan de thema’s nooit van te voren vast. Soms kan een tekst aanleiding zijn voor een werk. Van te voren is zij zich niet bewust van de werkelijke diepte van haar werk. Zij bakert haar terrein van te voren niet af en laat spontaan komen wat er komt. Zij wil zich volledig openstellen,

onbevangen te werk gaan. Zij vertrouwt bij haar werk volledig op haar gevoel. Deze is de leidraad. Haar werk is daarom niet zo zeer te begrijpen, maar het komt daarbij veel meer op het aanvoelen aan. Belevingen, herinneringen, stemmingen en emoties gaan een belangrijke rol spelen. Het zijn spontane associaties die op speelse wijze een rol spelen. Ondanks de zwaarte van haar onderwerpen is ze relativerend. Daarnaast kan haar een zekere gevoel van humor niet ontzegd worden. Als het werk af is ontdekt ze pas de werkelijke diepte. Welke onderwerpen haar bezig houden. Wat haar werkelijk beroert. Daarmee is haar werk een ontdekkingstocht voor de kunstenares zelf. Het zijn flarden van werkelijkheden die in eerste instantie bij haar omhoog komen en niet bij elkaar horen. Zij brengt de meest wonderlijke zaken met elkaar volledig in harmonie. Er ontstaat daardoor een nieuwe werkelijkheid. Een werkelijkheid die de diepste beroeringen van haar ziel verraden. Haar werkelijkheden worden neergezet vanuit een ingetogen en innerlijke kracht. Ofschoon haar werk vaak geweldssymbolen dragen is er geen sprake van een irriterende gewelddadigheid. Zij gruwt zelf van geweld. En toch zijn er in haar werk nog al eens de gewelddadige tanks, maar dan bij haar steeds in zakformaat. Daarnaast zijn er de schietende soldaten eveneens in zakformaat. Soms lijkt de rood-rose partijen in haar schilderijen op druipend bloed. Daarnaast toont ze een afgehakte hand als een symbool, dat tot nadenken aanzet. In haar werk gaan flarden van voorstellingen samen met teksten. Teksten met meervoudige betekenissen. Zo wordt een aftelrijm samengevat met ‘(k)ein Kinderspiel’. Hoe mooi en lieflijk weergegeven, er schuilt ook een ernstige lading daar achter. Vaak zijn er in haar collages ook christelijke, met name Roomse voorstellingen verwerkt. Zo gebruikt ze de bekende devote, wat romantisch aandoende prentjes die in menig rooms gezin een kostbaar bezit waren. Bij haar krijgen die voorstellingen een geheel eigen betekenis. Het is haar kritische kijk op de kerk. De schone schijn vervalt door haar toedoen. Ze worden in een ander daglicht geplaatst.  De vertederende werkelijkheid krijgt een geheel eigen relativerende betekenis. Ook is er sprake van een kwetsbare werkelijkheid. Het lijkt alsof de mens in zijn spel zich voortdurend staand moet houden en met allerlei onverwachte zaken geconfronteerd wordt. Er is in eerste instantie sprake van een schijnbare rust, die elk moment verstoord kan worden. Haar beelden stemmen vooral tot nadenken en de kijker vraagt zich de zinvolheid van dat alles af. Daarmee heeft zij haar doel bereikt.

Zij gebruikt bij haar voorstellingen diverse technieken en materialen. Ze werkt in acryl, gebruikt inkt en lak. Voor haar werk legt ze een verzameling aan van onder andere beenderen, veren, oude lappen, stenen, perkament en huid. Daarnaast zijn er de al genoemde teksten. De diverse materialen worden in overeenstemming met elkaar gebracht. Dit alles in dienst van wat ze op dat moment voelt en beleeft.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen